Welke softwareontwikkeling komt niet in aanmerking voor WBSO?
Veel softwarebedrijven gaan ervan uit dat iedere vorm van softwareontwikkeling automatisch onder de WBSO valt. In de praktijk ligt dat genuanceerder. De WBSO is bedoeld voor speur- en ontwikkelingswerk waarbij sprake is van technische vernieuwing en programmeertechnische onzekerheid.
Niet iedere softwareactiviteit voldoet aan die voorwaarden. Vooral bij SaaS-platformen, AI-oplossingen, cloud infrastructuur en backend systemen ontstaat regelmatig discussie over wat nu daadwerkelijk technisch nieuwe programmatuur is.
Wanneer softwareontwikkeling buiten de WBSO valt
De WBSO-regeling voor softwareontwikkeling richt zich uitsluitend op technische innovatie. Dat betekent dat een softwareproject alleen subsidiabel is wanneer programmeurs daadwerkelijk technische knelpunten moeten oplossen waarvan de uitkomst vooraf onzeker is.
Werkzaamheden die voornamelijk functioneel, organisatorisch of routinematig zijn, vallen buiten de regeling. De RVO beoordeelt daarbij vooral of sprake is van technisch nieuwe programmatuur, technische onzekerheid, eigen softwareontwikkeling en programmeertechnische uitdagingen.
- technisch nieuwe programmatuur;
- technische onzekerheid;
- eigen softwareontwikkeling;
- programmeertechnische uitdagingen;
- systematische R&D-activiteiten.
Wanneer een softwarebedrijf bestaande technieken combineert zonder technische innovatie, ontstaat meestal geen WBSO-waardig ontwikkeltraject.
Functionele softwareontwikkeling zonder technische innovatie
Een veelvoorkomende reden voor afwijzing is dat softwareontwikkeling vooral functioneel van aard is. Denk aan applicaties waarbij bestaande frameworks, libraries of standaardarchitecturen worden ingezet zonder nieuwe technische oplossingen te ontwikkelen.
Voorbeelden hiervan zijn:
- het bouwen van een standaard CRM-systeem;
- het ontwikkelen van een webshop met bestaande tooling;
- het configureren van low-code platforms;
- het bouwen van dashboards zonder complexe backend logica;
- het koppelen van bestaande API’s zonder technische uitdagingen.
Hoewel dergelijke projecten commercieel relevant kunnen zijn, ontbreekt vaak de technische onzekerheid die nodig is voor S&O. De RVO kijkt nadrukkelijk naar de vraag of ontwikkelaars vooraf wisten hoe de software technisch gerealiseerd kon worden.
Wanneer een team vooral functionaliteiten implementeert op basis van bestaande documentatie of bewezen architecturen, is meestal geen sprake van technisch nieuwe programmatuur.
Standaardimplementaties en configuratieprojecten
Ook implementatietrajecten vallen vaak buiten de WBSO. Dit speelt regelmatig bij softwarebedrijven die ERP-systemen, SaaS-oplossingen of cloud infrastructuur implementeren voor klanten.
Voorbeelden van niet-subsidiabele werkzaamheden zijn:
- het configureren van bestaande softwarepakketten;
- het inrichten van standaard cloudomgevingen;
- het aanpassen van gebruikersinterfaces zonder technische innovatie;
- het uitrollen van bestaande CI/CD pipelines;
- het migreren van software naar een andere hostingomgeving.
Zelfs wanneer dergelijke trajecten technisch complex lijken, betekent dat niet automatisch dat sprake is van R&D. Complexiteit alleen is onvoldoende. De technische oplossing moet ook nieuw zijn voor de organisatie en gepaard gaan met programmeertechnische onzekerheden.
Onderhoud en doorontwikkeling van bestaande software
Veel softwarebedrijven voeren continu wijzigingen door aan bestaande platforms. Toch zijn onderhoudswerkzaamheden vrijwel nooit subsidiabel binnen de WBSO.
Denk bijvoorbeeld aan:
- bugfixes;
- security-updates;
- performance optimalisaties zonder technische vernieuwing;
- refactoring van bestaande codebases;
- regulier databasebeheer;
- updates van dependencies of frameworks.
Dit soort werkzaamheden wordt door de RVO meestal gezien als regulier softwareonderhoud. Ook schaalbaarheidsverbeteringen zijn niet automatisch WBSO-waardig. Alleen wanneer ontwikkelaars nieuwe technische methodes moeten ontwikkelen om bijvoorbeeld extreme performanceproblemen op te lossen, kan alsnog sprake zijn van S&O.
Wanneer optimalisatie wel subsidiabel kan zijn
Er zijn situaties waarin optimalisatiewerkzaamheden alsnog binnen de WBSO vallen. Bijvoorbeeld wanneer bestaande infrastructuur fundamenteel tekortschiet en ontwikkelaars nieuwe algoritmes, cachingmechanismen of systeemarchitecturen moeten ontwikkelen.
Bij AI-platformen of grootschalige backend systemen ontstaat dit regelmatig. Denk aan realtime dataverwerking waarbij standaard schaalbaarheidsoplossingen onvoldoende werken en nieuwe technische architecturen nodig zijn.
De technische onderbouwing moet dan wel duidelijk maken waarom bestaande oplossingen niet voldeden en welke programmeertechnische knelpunten opgelost moesten worden.
Front-end ontwikkeling zonder technische diepgang
Front-end ontwikkeling leidt regelmatig tot misverstanden binnen WBSO-aanvragen. Moderne interfaces kunnen visueel indrukwekkend zijn, maar dat betekent niet automatisch dat sprake is van technisch nieuwe programmatuur.
Ontwikkeling van standaard interfaces, responsive layouts of reguliere gebruikersinteracties valt meestal buiten de regeling.
Voorbeelden van niet-subsidiabele front-end werkzaamheden:
- het bouwen van standaard React- of Vue-componenten;
- UX-optimalisaties;
- CSS-animaties;
- visuele redesigns;
- toegankelijkheidsverbeteringen zonder technische innovatie.
Front-end ontwikkeling kan wél subsidiabel zijn wanneer complexe technische problemen ontstaan, bijvoorbeeld bij realtime rendering, browserperformance, geavanceerde visualisatie-engines of nieuwe synchronisatietechnieken.
Volgende stap
Vertaal dit artikel naar jouw situatie
Benieuwd welke regeling of combinatie van regelingen het beste past bij jouw plannen? We denken graag met je mee.