Welke kosten kun je dekken wanneer je deelneemt aan een SLIM samenwerkingsverband
Wanneer je voor het eerst kijkt naar de SLIM-regeling voor samenwerkingsverbanden, stuit je al snel op een praktische vraag. Niet wat de regeling biedt in theorie, maar wat je er in de praktijk mee kunt betalen. Welke facturen komen in aanmerking? Wat valt er precies onder de subsidiabele kosten? En wat betaal je straks toch nog zelf?
Die onduidelijkheid zorgt er bij veel mkb-bedrijven voor dat ze de aanvraag uitstellen of afzien. Terwijl de regeling juist is opgezet om kleine bedrijven te helpen investeren in de ontwikkeling van hun medewerkers. Dit artikel legt uit welke kosten je kunt dekken en waar de grenzen liggen.
Wat de SLIM-regeling vergoedt binnen een samenwerkingsverband
De SLIM-regeling voor samenwerkingsverbanden vergoedt kosten die direct te maken hebben met het opzetten en uitvoeren van een gezamenlijk scholingstraject. De subsidie dekt geen algemene bedrijfskosten en geen investeringen in machines of software. De focus ligt op leren en ontwikkelen.
Concreet gaat het om kosten voor loopbaanadvies, het ontwikkelen van een bedrijfsschool, het invoeren van een systeem voor opleiding en ontwikkeling en het aanbieden van praktijkleerplaatsen aan werkenden. Niet elke categorie is even relevant voor elk bedrijf, maar samen geven ze een breed beeld van wat mogelijk is. SubCode 2026 helpt jullie bepalen welke kostenposten aansluiten bij de situatie van jullie organisatie en de plannen die jullie hebben.
Loonkosten van medewerkers die deelnemen aan scholing
Een van de meest praktische kostenposten is de loonkosten van medewerkers die tijdens werktijd deelnemen aan scholingsactiviteiten. Je hoeft die uren niet zelf te financieren. De uren die medewerkers besteden aan erkende scholing tellen mee als subsidiabele kosten, op basis van een vastgesteld uurtarief.
Stel dat een medewerker twee dagen per maand deelneemt aan een intern scholingsprogramma over veilig werken. Die uren zijn aantoonbaar gemaakt, de medewerker was beschikbaar voor normale werkzaamheden maar zat in een trainingssessie. Die kosten kun je inbrengen in de subsidieaanvraag. Het is wel belangrijk dat je de deelname goed registreert. Zonder administratie geen vergoeding. SubCode 2026 adviseert jullie over hoe je die registratie van begin af aan goed inricht.
Kosten voor externe begeleiding en advies
Naast de loonkosten van deelnemende medewerkers zijn ook externe kosten subsidiabel. Denk aan het inhuren van een loopbaancoach, een onderwijskundige of een extern adviesbureau dat helpt bij het opzetten van het scholingsprogramma.
Een voorbeeld: jullie willen een intern leertraject opzetten voor medewerkers in de productie. Je schakelt een externe partij in die het programma ontwerpt, de leerdoelen formuleert en de eerste trainingen begeleidt. De facturen van die partij zijn subsidiabel, mits ze direct te koppelen zijn aan de goedgekeurde activiteiten in jullie aanvraag. Kosten voor advies dat breder gaat dan het scholingstraject, zoals een algemeen strategisch adviestraject, komen niet in aanmerking. De link met leren en ontwikkelen moet aantoonbaar zijn.
Kosten voor het ontwikkelen van leermateriaal
Wie een eigen scholingsprogramma opzet, maakt kosten voor de ontwikkeling van leermateriaal. Die kosten zijn subsidiabel binnen de SLIM-regeling voor samenwerkingsverbanden. Het gaat dan om het ontwerpen van trainingsmodules, het opstellen van werkboeken of het ontwikkelen van e-learningcontent.
Een installatiebedrijf dat samen met twee andere bedrijven een gezamenlijk leertraject opzet voor monteurs, ontwikkelt een praktijkgerichte module over het werken met nieuwe installatietechnieken. De kosten voor de ontwikkeling van die module, inclusief de uren van de interne medewerker die de inhoud aanlevert, zijn subsidiabel. Belangrijk is dat het materiaal daadwerkelijk wordt ingezet in het scholingstraject en niet alleen op de plank belandt. Gebruik en inzet moeten aantoonbaar zijn bij de verantwoording.
Kosten voor praktijkleerplaatsen en begeleiding van stagiairs
De SLIM-regeling biedt ook ruimte voor kosten rondom praktijkleerplaatsen. Dat is relevant voor bedrijven die werkenden begeleiden via een erkende leerweg, zoals een BBL-traject. De kosten voor de begeleiding van die leerling op de werkvloer zijn subsidiabel.
Neem een transportbedrijf dat een BBL-leerling begeleidt op de werkvloer. De interne begeleider besteedt structureel tijd aan de begeleiding van die leerling. Die begeleidingsuren kun je, op basis van het vastgestelde uurtarief, inbrengen als subsidiabele kosten. Dat geldt ook als het gaat om werkenden die via een erkend leerbedrijf een opleiding volgen naast hun werk. De combinatie van werken en leren is precies wat de SLIM-regeling wil stimuleren.
Wat niet in aanmerking komt voor vergoeding
Weten wat subsidiabel is, is de helft van het verhaal. Weten wat niet vergoed wordt, is minstens zo belangrijk. Dat voorkomt teleurstelling achteraf en zorgt dat jullie begroting realistisch is.
Kosten die buiten de subsidiabele categorieën vallen zijn onder andere:
Algemene bedrijfsvoeringskosten
Investeringen in software of apparatuur
Marketingactiviteiten rondom het scholingsprogramma
Reiskosten van medewerkers naar een externe locatie
Ook kosten voor scholing die al plaatsvond voordat de subsidie was toegekend, komen niet in aanmerking. De startdatum van de aanvraagbeschikking is het moment waarop kosten mogen worden gemaakt. SubCode 2026 zorgt ervoor dat jullie die grens scherp in beeld hebben voordat het traject start, zo voorkom je dat kosten worden gemaakt die later niet vergoed worden.
Veelgestelde vragen over welke kosten je kunt dekken wanneer je deelneemt aan een SLIM samenwerkingsverband
Kun je kosten declareren die al zijn gemaakt voordat de beschikking is afgegeven
Nee, dat kan niet. De subsidiabele periode start pas op het moment dat de beschikking is afgegeven door het UWV. Kosten die je maakt vóór die datum komen niet in aanmerking voor vergoeding. Het is daarom verstandig om de aanvraag tijdig in te dienen en te wachten op de formele toekenning voordat je externe partijen inschakelt of trainingen start.
Geldt er een maximum aan de loonkosten die je kunt inbrengen
De SLIM-regeling werkt met een vastgesteld uurtarief voor loonkosten. Je kunt niet je werkelijke loonkosten declareren als die hoger liggen dan het normtarief. Dat tarief is bepaald door het UWV en geldt voor alle deelnemers aan de regeling. Check bij SubCode 2026 wat het actuele tarief is en hoe je de berekening correct uitvoert in de begroting.
Mogen alle bedrijven in het samenwerkingsverband kosten inbrengen
Ja, dat mogen ze. Elk bedrijf dat deelneemt aan het samenwerkingsverband kan zijn eigen subsidiabele kosten inbrengen. De penvoerder bundelt die kosten in de aanvraag en de verantwoording. Het is belangrijk dat elke deelnemende partij zijn kosten goed registreert en documenteert. De penvoerder is eindverantwoordelijk voor de juistheid van de totale begroting.
Duidelijkheid over kosten maakt je aanvraag sterker
Een goed doordachte begroting is meer dan een formaliteit. Het laat zien dat jullie de regeling begrijpen en dat de activiteiten die je plant concreet en uitvoerbaar zijn. Kosten die niet worden onderbouwd of buiten de subsidiabele categorieën vallen, verzwakken de aanvraag en leiden later tot problemen bij de verantwoording.
Wil je weten welke kosten in jullie specifieke situatie in aanmerking komen? Neem contact op met SubCode 2026 en bespreek de mogelijkheden voor jullie samenwerkingsverband.
Volgende stap
Vertaal dit artikel naar jouw situatie
Benieuwd welke regeling of combinatie van regelingen het beste past bij jouw plannen? We denken graag met je mee.