01 juni

Zo bouw je een sterke samenwerking op tussen twee of meer mkb-bedrijven voor gezamenlijke scholing

Scholing organiseren kost tijd, geld en interne capaciteit. Voor veel mkb-bedrijven is dat de reden waarom het er steeds niet van komt. Toch lopen jullie medewerkers achter op ontwikkelingen die het werk direct raken. Samenwerken met andere bedrijven lost een deel van dat probleem op, maar alleen als je de samenwerking goed opzet.


Begin met een gedeelde leervraag, niet met een subsidie


De meest gemaakte fout is beginnen bij het geld. Je hoort over de SLIM-regeling, zoekt snel een paar partners en dient een aanvraag in. Dat leidt bijna altijd tot een zwakke samenwerking die na afloop van het project stilvalt.


Een sterke samenwerking begint bij een gezamenlijk probleem. Welke kennis missen jullie medewerkers? Waar loopt de productiviteit vast door gebrek aan vaardigheden? Praat daar eerst over met potentiële partners, voordat je ook maar één formulier opent. Als jullie dezelfde leervraag herkennen, heb je een solide basis. Dat maakt de samenwerking inhoudelijk relevant en vergroot de kans op een succesvolle subsidieaanvraag voor gezamenlijke scholing.


Kies partners die passen bij jullie leervraag


Niet elke bedrijfsrelatie is geschikt als basis voor een scholingssamenwerking. Een goede partner deelt jullie leervraag, heeft een vergelijkbare bedrijfsomvang en is bereid om tijd en middelen in te brengen. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk kiezen bedrijven partners op basis van bestaande sympathie of gemak.


Stel dat jullie actief zijn in de installatiebranche en behoefte hebben aan scholing rondom digitale besturingssystemen. Zoek dan partners die hetzelfde type werk uitvoeren en tegen dezelfde kenniskloof aanlopen. Een samenwerking met een totaal andere sector levert een geforceerde constructie op die moeilijk te verantwoorden is. SubCode helpt jullie bij het scherp krijgen van de leervraag, zodat je gericht op zoek kunt gaan naar de juiste partners.


Maak afspraken voordat je begint


Zodra jullie potentiële partners hebben gevonden, volgt de fase die veel samenwerkingen onderschat: het maken van concrete afspraken. Wie neemt het voortouw? Wie dient de aanvraag in? Hoe verdelen jullie de subsidiegelden? Wie rapporteert aan het uitvoeringsorgaan?


Leg dit vast in een samenwerkingsovereenkomst voordat de aanvraag wordt ingediend. Daarin staat wie de penvoerder is, welke activiteiten elke partij uitvoert en wat er gebeurt als een partij tussentijds afhaakt. Dat laatste klinkt ongemakkelijk om te bespreken, maar het voorkomt conflicten later in het traject. Een overeenkomst dwingt jullie ook om na te denken over de verdeling van verantwoordelijkheden, wat de uitvoering stukken soepeler maakt.


Wijs een penvoerder aan die echt de regie neemt


De penvoerder is het officiële aanspreekpunt richting het UWV en beheert de subsidiegelden. Dat is meer dan een administratieve rol. De penvoerder bewaakt de voortgang, verzamelt informatie bij de deelnemende partijen en zorgt dat de rapportage klopt.


Kies iemand die daar de capaciteit en het overzicht voor heeft. In de praktijk is dat vaak de grootste partij binnen het samenwerkingsverband, of de partij met de meeste ervaring in subsidietrajecten. SubCode ondersteunt penvoerders bij de volledige uitvoering van de aanvraag en het beheer van het project. Zo hoeft de penvoerder niet alles zelf uit te zoeken en hou je ruimte over voor de inhoud van het scholingstraject.


Ontwerp een scholingsprogramma dat werkt voor alle deelnemers


Een gezamenlijk scholingsprogramma moet voor elke deelnemende partij relevant zijn. Dat is de uitdaging. Bedrijven zijn niet identiek, en wat voor de een werkt, past niet altijd bij de ander. Toch is dat geen reden om het programma te verwateren tot een algemene cursus die niemand echt verder helpt.


De oplossing zit in een modulaire opzet. Jullie ontwerpen een gezamenlijk basistraject dat de gedeelde leervraag adresseert, en elke partij vult dat aan met modules die specifiek zijn voor de eigen situatie. Een voorbeeld: drie logistieke bedrijven werken samen aan een programma rondom veilig werken met nieuwe heftrucktechnologie. Het basistraject behandelt de gedeelde veiligheidsprotocollen. Daarnaast volgt elk bedrijf aanvullende modules die passen bij hun specifieke wagenpark en werkprocessen. Zo blijft de samenwerking herkenbaar, maar is het resultaat voor elk bedrijf ook concreet.


Houd de samenwerking levend na de subsidieperiode


Een veelvoorkomend probleem is dat samenwerkingsverbanden oplossen zodra de subsidie is uitbetaald. De activiteiten zijn afgerond, de rapportage is ingediend en iedereen gaat weer verder. Dat is zonde, want jullie hebben in die periode werkwijzen, contacten en leerstructuren opgebouwd die ook daarna waarde hebben.


Bespreek al vroeg in de samenwerking wat jullie daarna willen. Willen jullie een gezamenlijk leerplatform onderhouden? Elkaars medewerkers blijven uitwisselen? Jaarlijks een nieuw scholingstraject opstarten? Die ambities hoeven niet vastgelegd te worden in de subsidieaanvraag, maar het helpt om ze wel te benoemen. Een samenwerking die een langere horizon heeft, voelt voor alle partijen serieuzer aan. Dat verhoogt de betrokkenheid tijdens de uitvoering.


Veelgestelde vragen over het opbouwen van een sterke samenwerking tussen mkb-bedrijven voor gezamenlijke scholing


Moeten alle deelnemende bedrijven in dezelfde sector actief zijn


Niet per se, maar de leervraag moet wel aantoonbaar gedeeld zijn. Bedrijven uit aanverwante sectoren kunnen prima samenwerken als ze tegen dezelfde kennisuitdaging aanlopen. Wat telt is dat de scholingsactiviteiten voor elke deelnemende partij relevant zijn. Als je bedrijven uit totaal verschillende sectoren samenvoegt zonder duidelijke gemeenschappelijke noemer, wordt de aanvraag kwetsbaar voor afwijzing.


Hoe lang duurt een gemiddeld SLIM-project binnen een samenwerkingsverband


De looptijd van een SLIM-project is maximaal drie jaar. In de praktijk werken veel samenwerkingsverbanden met een periode van twee jaar, omdat dat voldoende ruimte biedt voor een leerbehoefte-analyse, de ontwikkeling van het scholingsprogramma en de daadwerkelijke uitvoering. Een kortere periode van één jaar is ook mogelijk, maar laat weinig ruimte voor aanpassingen onderweg.


Wat als een van de deelnemende bedrijven tussentijds stopt of failliet gaat


Dit is een situatie die je vooraf regelt in de samenwerkingsovereenkomst. Als een partij wegvalt, moet de penvoerder aantonen dat de resterende activiteiten nog steeds voldoen aan de subsidievoorwaarden. In sommige gevallen moet een deel van de subsidie worden terugbetaald als de activiteiten niet meer uitvoerbaar zijn. Heldere afspraken over aansprakelijkheid en vervanging voorkomen dat één uitval het hele project in gevaar brengt.


Samenwerken vraagt voorbereiding, maar levert resultaat


Een scholingssamenwerking tussen mkb-bedrijven is geen project dat je even snel opzet. Het vraagt om een gedeelde leervraag, de juiste partners, heldere afspraken en een programma dat voor iedereen werkt. Maar als je dat goed doet, bouw je iets dat verder gaat dan één subsidietraject.


SubCode begeleidt jullie bij elke stap van dit proces. Van het scherp formuleren van de leervraag tot het indienen van de aanvraag en de verantwoording aan het einde van het project. Neem contact op en bespreek wat er mogelijk is voor jullie samenwerking.

Volgende stap

Vertaal dit artikel naar jouw situatie

Benieuwd welke regeling of combinatie van regelingen het beste past bij jouw plannen? We denken graag met je mee.