01 juni

Dit zijn de meest voorkomende redenen waarom mkb-bedrijven kiezen voor gezamenlijke investeringen in werkplekleren

Veel mkb-bedrijven willen investeren in de ontwikkeling van hun medewerkers, maar lopen tegen dezelfde muur aan. De kosten zijn hoog, de capaciteit is beperkt en de tijd ontbreekt om een volledig scholingsprogramma op te zetten. Alleen optrekken voelt dan als een te grote stap. Dat is precies waarom steeds meer mkb-bedrijven de krachten bundelen en kiezen voor werkplekleren als gezamenlijke investering.


Dit is geen trend die voortkomt uit subsidiejacht. De keuze voor samenwerking heeft concrete, praktische redenen. En die redenen zijn herkenbaar voor elk bedrijf dat serieus nadenkt over de toekomst van zijn mensen.


De kosten zijn te hoog om alleen te dragen


Werkplekleren opzetten kost geld. Je hebt leermateriaal nodig, begeleiders, mogelijk externe expertise en tijd van je eigen mensen. Voor een bedrijf met twintig medewerkers is dat een forse investering zonder garantie op rendement op korte termijn.


Wanneer drie of vier bedrijven uit dezelfde sector samenwerken, verdelen ze die kosten. Een gezamenlijk ontwikkeld trainingsprogramma kost niet drie keer zoveel als een individueel programma. De ontwikkelkosten worden gedeeld, de kwaliteit blijft hoog en elk bedrijf betaalt een fractie van wat het alleen kwijt zou zijn. Een voorbeeld: drie installatiebedrijven in dezelfde regio ontwikkelen samen een praktijkleerlijn voor monteurs in opleiding. Ze delen de kosten van een externe onderwijskundige en het leermateriaal. Zo benut je een gezamenlijke investering in scholing die je alleen nooit zou kunnen maken.


Gebrek aan interne expertise om scholing op te zetten


Veel mkb-bedrijven hebben geen HR-afdeling of L&D-specialist in dienst. De ondernemer of de leidinggevende regelt het erbij, naast alles wat er al op het bordje ligt. Dat werkt voor kleine aanpassingen, maar niet voor het opzetten van een structureel scholingsprogramma.


Door samen te werken met andere bedrijven, kun je die expertise gezamenlijk inkopen of bundelen. Één partij in het samenwerkingsverband heeft misschien al ervaring met het opzetten van leertrajecten. Een andere partij heeft goede contacten met een regionaal opleidingscentrum. Die kennis hoef je niet zelf op te bouwen als je hem kunt delen. SubCode ziet in de praktijk dat samenwerkingsverbanden juist succesvol zijn wanneer de deelnemende partijen complementaire kennis inbrengen. Zo profiteer je van wat de ander al weet.


Personeelstekort vraagt om slimmere instroom van vakbekwame medewerkers


De arbeidsmarkt is krap. Voor veel technische en uitvoerende functies is het vrijwel onmogelijk om kant-en-klare vakmensen te vinden. Bedrijven moeten mensen zelf opleiden. Maar een bedrijf met weinig leerwerkplekken heeft weinig aantrekkingskracht voor leerlingen die een BBL-traject zoeken.


Wanneer meerdere bedrijven samenwerken, kunnen ze gezamenlijk een aantrekkelijker aanbod neerzetten. Een leerling kan bij het ene bedrijf de ene fase van zijn opleiding doorlopen en bij een ander bedrijf de volgende. Dat biedt meer variatie, meer begeleiding en betere leerervaringen. Voor de bedrijven betekent het dat ze samen een kweekvijver opbouwen van toekomstige medewerkers. Zo los je structureel een instroomprobleem op dat je alleen niet kunt aanpakken.


De SLIM-regeling maakt samenwerking financieel aantrekkelijk


De SLIM-regeling voor samenwerkingsverbanden biedt een subsidie van maximaal 500.000 euro per aanvraag. Dat bedrag is beschikbaar voor mkb-bedrijven die gezamenlijk investeren in werkplekleren. Voor individuele bedrijven is de subsidiegrens veel lager. Dat verschil maakt samenwerking financieel interessant, ook voor bedrijven die de stap normaal niet zouden zetten.


Maar de financiële prikkel is niet het enige. De subsidie vraagt ook om een serieuze structuur. Je moet een samenwerkingsverband vormen, een penvoerder aanwijzen, een gezamenlijk plan indienen en achteraf verantwoording afleggen. Die structuur dwingt bedrijven om goed na te denken over wat ze willen bereiken. Het resultaat is een scholingsprogramma dat daadwerkelijk werkt, niet een project dat snel in elkaar is gezet om subsidie te pakken. SubCode begeleidt bedrijven bij het opzetten van die structuur, van de eerste plannen tot en met de verantwoording. Zo gebruik je de regeling op de manier waarvoor hij is bedoeld.


Samenwerking versterkt de positie in de regio of sector


Bedrijven die samen optrekken in scholing, bouwen ook iets op buiten het leertraject zelf. Ze leren elkaar kennen, delen kennis over ontwikkelingen in de sector en staan sterker als het gaat om onderhandelingen met opleidingsinstellingen of brancheorganisaties.


Neem een groep mkb-bedrijven in de bouw die samen een leerlijn opzetten voor uitvoerders. Ze overleggen regelmatig over de inhoud van het programma, wat de kwaliteit van de opleiding ten goede komt. Maar ze ontdekken ook dat ze gezamenlijk beter kunnen afstemmen met een regionaal ROC. Dat levert snellere erkenning op voor hun leerwerkplaatsen en een betere samenwerking met de school. Die regionale samenwerking heeft waarde die verder gaat dan de subsidieperiode. Zo versterkt een scholingsinitiatief de positie van alle betrokken bedrijven tegelijk.


Medewerkers blijven langer en presteren beter


Bedrijven die investeren in de ontwikkeling van hun mensen, zien dat terug in retentie. Medewerkers die merken dat hun werkgever hen serieus neemt en ruimte biedt om te groeien, zijn minder snel geneigd elders te kijken. In een krappe arbeidsmarkt is dat een direct voordeel.


Werkplekleren heeft daarin een specifiek voordeel boven klassikale scholing. Het leren gebeurt op de werkvloer, in de context van het echte werk. De medewerker past kennis direct toe, de begeleider ziet de voortgang in de praktijk en de drempel is lager dan bij een meerdaagse cursus. Dat maakt het effectiever en toegankelijker voor mensen die niet gewend zijn aan formeel leren. Wanneer meerdere bedrijven dit samen opzetten, kunnen ze ook ervaringen uitwisselen over wat werkt in de begeleiding. Zo verbeter je de kwaliteit van het leren op basis van praktijkervaring uit meerdere organisaties.


Veelgestelde vragen over gezamenlijke investeringen in werkplekleren


Hoeveel bedrijven moeten er minimaal deelnemen aan een samenwerkingsverband voor de SLIM-regeling


Voor de SLIM-regeling voor samenwerkingsverbanden zijn minimaal twee mkb-bedrijven nodig. In de praktijk zijn samenwerkingsverbanden vaak groter, omdat de subsidiabele kosten dan beter verdeeld kunnen worden en de aanvraag sterker staat. Er is geen wettelijk maximum aan het aantal deelnemers, maar de samenwerking moet wel werkbaar blijven. SubCode adviseert over een realistische omvang voor jullie specifieke situatie.


Moeten de bedrijven in hetzelfde segment of dezelfde regio actief zijn


Dat is geen harde eis, maar in de praktijk werkt samenwerking het beste wanneer de bedrijven vergelijkbare functies of opleidingsbehoeften hebben. Bedrijven in dezelfde sector of regio kunnen gemakkelijker een gezamenlijk leertraject opzetten dat voor alle deelnemers relevant is. Een te grote variatie in bedrijfstype maakt het moeilijk om één coherent scholingsprogramma te ontwikkelen.


Wie is verantwoordelijk voor de aanvraag en de verantwoording


Binnen een samenwerkingsverband wijzen de deelnemende bedrijven een penvoerder aan. Die partij is het aanspreekpunt voor het UWV, dient de aanvraag in en is eindverantwoordelijk voor de verantwoording. De andere deelnemers leveren hun eigen documentatie aan bij de penvoerder. Het is verstandig om de taakverdeling en verantwoordelijkheden vooraf goed vast te leggen in een samenwerkingsovereenkomst.


Samenwerken loont, ook buiten de subsidieperiode


De redenen om te kiezen voor gezamenlijke investeringen in werkplekleren zijn praktisch en herkenbaar. Lagere kosten, gedeelde kennis, sterkere instroom en betere retentie zijn voordelen die elk mkb-bedrijf kan benutten. De SLIM-regeling biedt de financiële basis, maar de samenwerking zelf is de drijvende kracht achter de resultaten.


Wil je weten of een samenwerkingsverband haalbaar is voor jullie bedrijf? Neem contact op met SubCode en bespreek de mogelijkheden voor jullie situatie.

Volgende stap

Vertaal dit artikel naar jouw situatie

Benieuwd welke regeling of combinatie van regelingen het beste past bij jouw plannen? We denken graag met je mee.